Hoe Kat en Hond een voorbeeld kunnen nemen aan Muis (deel 1)

15 februari 2018

Hoe Kat en Hond een voorbeeld kunnen nemen aan Muis (deel 1)

Er waren eens een muis, een kat en een hond. Ze leefden samen in hetzelfde huis, ze zaten dus met elkaar opgescheept.

Kat probeerde al maanden Muis te vangen omdat hij ervan uitging dat zijn baasjes dat graag wilden en eerlijk gezegd lustte hij ook muizenvlees. Maar wat hij ook deed, het lukte niet om Muis te verschalken, die was hem steeds te slim af. Hij had nochtans alles geprobeerd, ze konden hem geen gebrek aan actie verwijten. Hij was een en al actie van ’s morgens tot ’s avonds. Hij rende van hot naar her, overal waar hij vermoedde dat Muis kon opduiken. Hij begreep er niets meer van. Een normale kat vangt toch zonder probleem muizen, bij de vleet zelfs, gewoon door kat te zijn, zo was het altijd geweest. Vroeger had hij geen probleem gehad met de familieleden van Muis. Hij had ze een voor een, kopje kleiner gemaakt. Alleen deze laatste was een overlevertje. En dan was er nog dat vervelende lompe hondenmormel dat hem steeds voor de voeten liep. Hij verpestte het gewoon.

Hond was nog niet zo lang in het huis. Kat was er al veel langer, hoe lang dat wist hij niet maar afgaande op het neerbuigende gedrag van dat nutteloze beest naar hem toe, al een hele poos. Hond had het op zijn beurt heel moeilijk om niet achter Kat aan te jagen. Hij wilde het met zijn hele hondenwezen maar hij wist dat het zijn baasjes mateloos irriteerde en dus deed hij zijn best om z’n dierlijke instincten te bedwingen en zijn baasjes te behagen zoals een voorbeeldig roedeldier.

Ondertussen wist hij al alles over hoe hij dingen kon leren en afleren, zelfs achter katten jagen. Als Border Collie had hij best een goed stel hersenen. Maar hoeveel inzichten hij ook vergaarde, wanneer Kat plots parmantig uitdagend de woonkamer doorkruiste, goed wetende dat hij daar was, dan kon hij zich niet bedwingen en stormde op het irritante beest af. De baasjes waren er helemaal niet blij om, aan het geschreeuw aan zijn adres te horen en zelf was hij ook heel ontgoocheld over zijn uitbarstingen. Hij had het zo helder in zijn hoofd. Waarom wilde het dan niet lukken om niet achter Kat te rennen?

Muis voelde zich een compleet ongewenst figuur in huis maar hij was er nu eenmaal en dus moest hij er het beste van maken en proberen Kat te vermijden wilde hij overleven. Tot nu toe lukte dat aardig. Muis had zijn tijd genomen om de hele handel en wandel van zijn huisgenoten rustig te bestuderen, vooral die van Kat. Hij had ook aan observatie en reflectie gedaan. Hij had zijn eigen familieleden een voor een ten prooi zien vallen aan Kat. Ook zij wilden overleven maar wat deden ze in de plaats daarvan? Toch maar voor dat blokje kaas of die kruimel brood gaan in de keuken, enorme risico’s nemen terwijl ze heel goed wisten dat Kat onverwacht kon opduiken. Ze liepen domweg hun eetdrang achterna, blind voor het gevaar.

Hij had dat allemaal fijntjes geobserveerd en het typische muizengedrag in kaart gebracht met zijn klein maar fijn muizenbrein. Hij had inzicht vergaard over zijn eigen drang, waar het vandaan kwam – zolang hij zich herinneren kon werd in zijn familie de leuze ‘beter een kruimel in de buik dan tien op het aanrecht’ hoog in het vaandel gedragen. Hij zag dus hoe het kwam dat zijn familieleden aan hun vroege einde gekomen waren.

Hij had ook Kat geobserveerd en patronen ontdekt in het gedrag van het beest. Met die inzichten was hij begonnen met het ondernemen van kleine testacties, in de eerste plaats met de bedoeling informatie te verzamelen. Hij probeerde bijvoorbeeld enkel uit zijn holletje achter de ijskast tevoorschijn te komen wanneer hij het kabaal hoorde van de hond die achter de kat aanvloog en tegelijkertijd het geschreeuw van de mensen van het huis. Alle ogen waren op zo’n momenten duidelijk elders gericht.

In het begin was het best moeilijk om tegen zijn familiewaarden in te gaan en te wachten op dit geschikte moment, zeker wanneer zijn buikje knorde en de kruimels zo heerlijk geurden. Het voelde echt niet goed. Kon hij op die manier nog wel een waardige afstammeling zijn van zijn familie? Maar zijn kleine acties waren telkens succesvol en stilaan begon Muis te veranderen. Hij begon in te zien en ook te voelen dat muis-zijn niet noodzakelijk betekende dat je blind voor de kruimels ging. En zo kwam het dat hij kon overleven, te midden van al het gevaar.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Kat en Hond zijn elk op hun eigen manier het slachtoffer van hun eigen immuniteit tegen verandering. Kat probeert zijn doel te bereiken door blindelings actie te ondernemen en te doen wat hij meent dat elke normale kat doet. Hij kijkt niet verder dan zijn kattensnor, hij heeft een serieuze blinde vlek. Hond dan heeft er wel een goed zicht op wat het vereist om zijn hondenaard te veranderen. Maar het zit allemaal in zijn hoofd en draait er rondjes, hij heeft nooit kleine acties ondernomen om te testen of zijn inzichten kloppen en wat het met hem doet. Muis is er dan wel in geslaagd om succesvol te veranderen. Bij hem was het ook echt een kwestie van leven of dood.

Of kort gezegd: actie zonder inzicht is even onvruchtbaar als inzicht zonder actie of hoe Kat en Hond een voorbeeld zouden kunnen nemen aan Muis.

© Anne De Smet

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x